Enquête-elementen

De volgende korte beschrijvingen bieden een overzicht over alle enquête-elementen, met een afbeelding, een voorbeeld en de specifieke instellingsopties.

Onderaan dit artikel vindt u bovendien uitleg over alle basisinstellingen die voorkomen bij haast alle enquête-elementen van het type ‘vraag’.

Basis enquête-elementen

Vraagtypes

Enkelekeuze

Bij het vraagtype Enkelekeuze moet de respondent één antwoord uit de voorgedefinieerde antwoordmogelijkheden kiezen. Deze vraagvorm is geschikt bij een korte lijst met mogelijke antwoorden, bv. ‘Hoe belangrijk is uw werk?’.

Een enkelekeuzevraag kan van een toelichtingstekst worden voorzien. Als u het vakje bij Toelichtingstekst aankruist, verschijnt er een invoervak waarin u een uitleg aan de respondenten over de bedoeling van de vraag kunt geven. De toelichtingstekst wordt niet in rapportages meegenomen.

Een respondent is verplicht een antwoord uit de opties te selecteren, wanneer het vakje bij Forceer antwoord (verplichte vraag) is aangekruist. Als hij/zij verzuimt de desbetreffende vraag te beantwoorden, verschijnt de melding ‘Beantwoord deze vraag voordat u doorgaat’ op het scherm.

Indien Antwoordopties randomiseren wordt aangekruist, dan worden alle antwoordopties bij een vraag in een willekeurige volgorde aan de respondent getoond. Dit houdt in dat de antwoordvolgorde van respondent tot respondent kan variëren. De respondent ziet echter zelf niet dat de antwoorden zijn gerandomiseerd.

Rangschikking

De indelingsopties bieden u de mogelijkheid de antwoordopties in één enkele kolom (onder elkaar) of in meerdere kolommen op te stellen. Als u meerdere kolommen gebruikt, is het aantal kolommen afhankelijk van de schermbreedte en het aantal antwoordopties van de desbetreffende vraag.

Antwoordmogelijkheden

Hier geeft u per regel alle antwoordopties voor de gestelde vraag op, bv. ‘Uiterst belangrijk’, ‘Erg belangrijk’, ‘Redelijk belangrijk’, ‘Een beetje belangrijk’ en ‘Helemaal niet belangrijk’. Standaard kunt u 4 antwoordopties voor een vraag opgeven. Om een extra antwoordoptie toe te voegen, klikt u op de knop Antwoordoptie toevoegen. Voor het verwijderen van één of meer niet-benodigde antwoordopties kunt u op het kruisje (x) achter de desbetreffende opties klikken.

Alle antwoordopties hebben een unieke numerieke waarde; bij elke antwoordoptie wordt deze waarde met 1 opgehoogd. De eerste antwoordoptie heeft de waarde 1, de tweede antwoordoptie de waarde 2, enz. Wanneer deze waardes bij een vraag niet uniek zijn, dan leidt dit ongetwijfeld tot een foutmelding. Om de numerieke waarde van een antwoordoptie aan te passen, moet u op het ellipsis-teken (3 verticale puntjes) achter de desbetreffende optie klikken. Als het randomiseren is geactiveerd (zie boven), kunt u voor elke antwoordoptie bij een vraag aangeven dat deze optie niet moet worden gerandomiseerd (vinkje bij Uitsluiten van randomisatie).

De verschillende antwoordopties kunnen ook van positie worden verplaatst. Dit kunt u met behulp van het celteken doen. Dit teken bevindt zich direct voor de desbetreffende antwoordoptie. Om de positie van een antwoordoptie te wijzigen, moet u het celteken selecteren en de desbetreffende antwoordoptie naar een andere positie verplaatsen, terwijl u de linkermuisknop ingedrukt houdt. Zodra u deze linkermuisknop weer loslaat, zal deze antwoordoptie de geselecteerde, nieuwe positie innemen.

  • Informatie over de optie Niet van toepassing vindt u bij het onderwerp N/A terug.
  • Informatie over het opstellen van een filter vindt u bij het onderwerp Filter toevoegen terug.

Meerkeuze

Bij het vraagtype Meerkeuze kan de respondent één of meerdere antwoorden uit de voorgedefinieerde antwoordmogelijkheden kiezen. Deze vraagvorm kan onder meer bij het afvinken van taken op een to-do-lijst worden gebruikt. De verschillende antwoordopties bij een vraag worden middels rechthoekige selectieknoppen weergegeven.

Een meerkeuzevraag kan van een toelichtingstekst worden voorzien. Als u het vakje bij Toelichtingstekst aankruist, verschijnt er een invoervak waarin u een uitleg aan de respondenten over de bedoeling van de vraag kunt geven. De toelichtingstekst wordt niet in rapportages meegenomen.

Een respondent is verplicht een antwoord uit de opties te selecteren, wanneer het vakje bij Forceer antwoord (verplichte vraag) is aangekruist. Als u verzuimt de desbetreffende vraag te beantwoorden, verschijnt de melding ‘Beantwoord deze vraag voordat u doorgaat’ op het scherm.

Indien Antwoordopties randomiseren wordt aangekruist, dan worden alle antwoordopties bij een vraag in een willekeurige volgorde aan de respondent getoond. Dit houdt in dat de antwoordvolgorde van respondent tot respondent kan variëren. De respondent ziet echter zelf niet dat de antwoorden zijn gerandomiseerd.

Rangschikking

De indelingsopties bieden u de mogelijkheid de antwoordopties in één enkele kolom (onder elkaar) of in meerdere kolommen op te stellen. Als u meerdere kolommen gebruikt, is het aantal kolommen afhankelijk van de schermbreedte en het aantal antwoordopties voor de desbetreffende vraag.

Antwoordmogelijkheden

Hier geeft u per regel alle antwoordopties voor de gestelde vraag op, bv. ‘Londen’, ‘Parijs’, ‘Madrid’. Standaard kunt u 7 antwoordopties voor een vraag opgeven. Om een extra antwoordoptie toe te voegen, klikt u op de knop Antwoordoptie toevoegen. Voor het verwijderen van één of meer niet-benodigde antwoordopties kunt u op het kruisje (x) achter de desbetreffende opties klikken.

Alle antwoordopties hebben een unieke numerieke waarde (variabel achtervoegsel); bij elke antwoordoptie wordt deze waarde met 1 opgehoogd. De eerste antwoordoptie heeft de waarde 1, de tweede antwoordoptie de waarde 2, enz. Wanneer deze waardes bij een vraag niet uniek zijn, dan leidt dit ongetwijfeld tot een foutmelding. Om de numerieke waarde van een antwoordoptie aan te passen, moet u op het ellipsis-teken (3 verticale puntjes) achter de desbetreffende optie klikken. Als het randomiseren is geactiveerd (zie boven), kunt u voor elke antwoordoptie bij een vraag aangeven dat deze optie niet moet worden gerandomiseerd (vinkje bij Uitsluiten van randomisatie).

Wanneer voor een bepaalde antwoordoptie (bv. Bern) het vakje bij ‘Uitsluitend’ is aangekruist, dan worden alle andere antwoordopties bij de desbetreffende vraag uitgevinkt. Een respondent kan, als hij/zij bovengenoemde antwoordoptie heeft geselecteerd, nog niet een andere antwoordoptie (bv. Madrid) bij deze vraag selecteren. Opmerking: de optie ‘Niet van toepassing’ (N/A) is altijd exclusief.

Om de respondent de mogelijkheid te geven zelf een antwoordoptie (hier: stad) op te geven, laat u een regel leeg en plaatst u vinkjes bij Tekstinvoer toestaan en Forceer antwoord (verplichte vraag). Bij het invullen van de enquête kan de respondent dan een antwoordoptie (hier: een stad naar keuze) opgeven. Hij/Zij kan daarnaast nog steeds een selectie uit de voorgedefinieerde antwoordopties maken.

De verschillende antwoordopties kunnen ook van positie worden verplaatst. Dit kunt u met behulp van het celteken doen. Dit teken bevindt zich direct voor de desbetreffende antwoordoptie. Om de positie van een antwoordoptie te wijzigen, moet u het celteken selecteren en de desbetreffende antwoordoptie naar een andere positie verplaatsen, terwijl u de linkermuisknop ingedrukt houdt. Zodra u deze linkermuisknop weer loslaat, zal deze antwoordoptie de geselecteerde, nieuwe positie innemen.

Validatie instellen

Als u het aantal antwoordopties dat door de respondent geselecteerd kan worden, wilt beperken tot drie, dan moet u onder de meerkeuzevraag een validatie-element in de enquête opnemen. De bovenstaande afbeelding verschijnt, nadat u op de knop Voorwaarde(n) bewerken heeft geklikt. De respondent zal max. 3 antwoordopties (steden) kunnen selecteren, nadat u de volgende gegevens heeft vastgelegd:
* Validatie succesvol
* als – Vraag – Variabele meerkeuzevraag – Aantal geselecteerde opties – <= – 3

  • Informatie over de optie Niet van toepassing vindt u bij het onderwerp N/A terug.
  • Informatie over het opstellen van een filter vindt u bij het onderwerp Filter toevoegen terug.

Selectielijst

Bij het vraagtype Selectielijst moet de deelnemer één antwoord uit de voorgedefinieerde antwoordmogelijkheden kiezen.

Als een selectielijst inactief is, wordt er slechts één antwoordmogelijkheid weergegeven. Zodra de dropdown knop wordt geactiveerd, wordt er een lijst met antwoordmogelijkheden getoond (opengeklapt) waaruit de deelnemer er één kan selecteren. Wanneer hij/zij een nieuwe antwoordmogelijkheid selecteert, keert de selectielijst naar de inactieve status terug. De geselecteerde antwoordoptie wordt dan wel op het scherm getoond. Het ontwerp is compact en gemakkelijk te gebruiken.

Opmerking: Er kan geen semi-open optie als Overige: __ in een selectielijst (dropdown-vraag) worden opgenomen.

Een selectielijst kan van een toelichtingstekst worden voorzien. Als u het vakje bij Toelichtingstekst aankruist, verschijnt er een invoervak waarin u een uitleg aan de deelnemers over de bedoeling van de vraag kunt geven. De toelichtingstekst wordt niet in rapportages meegenomen.

Een deelnemer is verplicht een antwoord uit de opties te selecteren, wanneer het vakje bij Forceer antwoord (verplichte vraag) is aangekruist. Als hij/zij verzuimt de desbetreffende vraag te beantwoorden, verschijnt de melding ‘Beantwoord deze vraag voordat u doorgaat’ op het scherm.

Bij Aanwijzing voor antwoordselectie (Prompt) kunt u de begintekst voor de dropdown-vraag vastleggen. De standaardtekst is: Maak een keuze….

Antwoordmogelijkheden

Hier geeft u per regel alle antwoordopties voor de gestelde vraag op, bv. ‘Stadsbus’, ‘Trolleybus’. Standaard kunt u 4 antwoordopties voor een vraag opgeven. Om een extra antwoordoptie toe te voegen, klikt u op de knop Antwoordoptie toevoegen. Voor het verwijderen van één of meer niet-benodigde antwoordopties kunt u op het kruisje (x) achter de desbetreffende opties klikken.

Alle antwoordopties hebben een unieke numerieke waarde; bij elke antwoordoptie wordt deze waarde met 1 opgehoogd. De eerste antwoordoptie heeft de waarde 1, de tweede antwoordoptie de waarde 2, enz. Wanneer deze waardes bij een vraag niet uniek zijn, dan leidt dit ongetwijfeld tot een foutmelding. Om de numerieke waarde van een antwoordoptie aan te passen, moet u op het ellipsis-teken (3 verticale puntjes) achter de desbetreffende optie klikken.

De verschillende antwoordopties kunnen ook van positie worden verplaatst. Dit kunt u met behulp van het celteken doen. Dit teken bevindt zich direct voor de desbetreffende antwoordoptie. Om de positie van een antwoordoptie te wijzigen, moet u het celteken selecteren en de desbetreffende antwoordoptie naar een andere positie verplaatsen, terwijl u de linkermuisknop ingedrukt houdt. Zodra u deze linkermuisknop weer loslaat, zal deze antwoordoptie de geselecteerde, nieuwe positie innemen.

  • Informatie over de optie Niet van toepassing vindt u bij het onderwerp N/A terug.
  • Informatie over het opstellen van een filter vindt u bij het onderwerp Filter toevoegen terug.

Schuifbalk

Het vraagtype schuifbalk (ook slider genoemd) is een vorm van een enkelekeuzevraag. Dit vraagtype wordt gebruikt om waarden te verzamelen, maar dan op een ietwat andere manier dan bij een enkelekeuzevraag.

Met behulp van het vraagtype schuifbalk kan een deelnemer een antwoord op een schaal van bijvoorbeeld 1 t/m 5 selecteren, waarbij aan de waarde 1 het label ‘Slecht’, de waarde 3 het label ‘Medium’ en de waarde 5 het label ‘Goed’ wordt toegekend. De minimale waarde kunt u bij Linker label en de maximale waarde bij Rechter label opgeven.

U ziet een horizontale balk met een schuifregelaar die met de muis (of een vinger op een touchscreen) naar de gewenste waarde kan worden verplaatst.

Indien u de instelling Toon waarde heeft aangevinkt en bij Max. Aantal cijfers achter de komma de waarde 0 heeft geselecteerd, dan zal de deelnemer aan de enquête de waarden 1 (Slecht) – 2 – 3 (Medium) – 4 en 5 (Goed) met de schuifregelaar kunnen selecteren.

Indien u de instelling Toon waarde heeft aangevinkt en bij Max. Aantal cijfers achter de komma de waarde 1 heeft geselecteerd, dan zal de deelnemer aan de enquête de waarden 1 (Slecht) – 1.1 – 1.2 – 1.3 – ….. – 4.7 – 4.8 – 4.9 – 5 (Goed) met de schuifregelaar kunnen selecteren.

Filter instellen

U kunt na het vraagtype met de schuifbalk een open vraag (bv. ‘Waarom heeft u de waarde 1, 2 of 3 in de vorige vraag geselecteerd?’) in de enquête opnemen, waarbij de deelnemer alleen de open vraag te zien krijgt, als hij/zij bij het vraagtype met de schuifbalk de waarde 1, 2 of 3 heeft geselecteerd. Dit kunt u met behulp van een filter bij de open vraag instellen (zie de knop Filter toevoegen).

Voor meer informatie zie het onderwerp Filter toevoegen.

Open vraag

Een open vraag stelt deelnemers in staat een tekstreactie in een bijbehorend tekstvak op te geven. Open vragen worden voornamelijk gebruikt om kwalitatieve informatie over elk willekeurig onderwerp te krijgen en gegeven antwoorden verder uit te diepen en te verduidelijken.

Open vragen kunnen in drie verschillende formaten worden opgesteld: Klein, Medium of Groot.

Opmerking: Er wordt over het algemeen geen limiet aan de lengte van een open vraag gesteld. De enige beperking is in Excel. De tekst van een cel wordt hier na 32.767 tekens afgesneden. Als u de gegevens via een API downloadt, is er geen beperking.

Als u het vakje bij Toelichtingstekst aankruist, verschijnt er een invoervak waarin u een gedetailleerde uitleg aan de deelnemers over de bedoeling van de vraag kunt geven. De toelichtingstekst wordt niet in rapportages meegenomen.

Een deelnemer moet de gevraagde informatie opgeven, wanneer het vakje bij Forceer antwoord (verplichte vraag) is aangekruist. Als hij/zij verzuimt de desbetreffende vraag te beantwoorden, verschijnt de melding ‘Beantwoord deze vraag voordat u doorgaat’ op het scherm.

Het formaat Klein wordt gebruikt om gegevens als een viercijferig jaar of de leeftijd van de deelnemer vast te leggen.

Het formaat Medium wordt gebruikt om volledige namen of e-mailadressen vast te leggen.

Het formaat Groot wordt gebruikt bij typische feedbackvragen, d.w.z. vragen die erop gericht zijn u van gedetailleerde, waardevolle informatie te voorzien.

Opmerking: Er is geen limiet op het maximumaantal tekens dat kan worden ingevoerd.

Als u het vakje bij Autocomplete aankruist, van verschijnt er een tekstvak waarin u specifieke informatie kunt opgeven, bv. een combinatie van stad & land. Per regel kan één autocomplete waarde worden gedefinieerd. Dit bijvoorbeeld stelt de deelnemer in staat de correcte locatie te kiezen. Bij het beantwoorden van de betreffende vraag hoeft de deelnemer alleen maar een beperkt aantal tekens in te voeren, bv. ha. De tool zal dan de locaties tonen waarin deze tekens voorkomen, waardoor de deelnemer de exacte locatie op eenvoudige wijze kan selecteren.

Een open vraag kan met de volgende criteria worden gevalideerd:

Geheel getal

De deelnemer mag alleen een geheel getal opgeven dat tussen de hier gespecificeerde minimum- en maximumwaarde ligt. Stel dat er een minimumleeftijd van 12 en een maximumleeftijd van 25 is gedefinieerd. De deelnemer zal dan een leeftijd tussen 12 en 25 moeten opgeven.

Gebroken getal

De deelnemer mag alleen een gebroken getal opgeven dat tussen de hier gespecificeerde minimum- en maximumwaarde ligt. Er kunnen maximaal drie decimalen voor zowel de minimum- als de maximumwaarde worden opgegeven (zie bovenstaande afbeelding).

  • Het Engelse of Zwitserse decimaalteken is een punt.
  • Het Duitse, Nederlandse of Franse decimaalteken is een komma.

Bij het aanmaken van een enquête die een open vraag met een gebroken getal (incl. één of meer decimalen) bevat, wordt het te gebruiken decimaalteken bepaald door de taal die bij het profiel is vastgelegd.

Bij het invullen van deze open vraag moet de deelnemer het decimaalteken gebruiken dat voor zijn/haar taal is gedefinieerd.

Stel dat de minimum- en maximumwaarde voor de desbetreffende open vraag respectievelijk 1 en 9,9 zijn. Een deelnemer die een Engelstalige enquête invult, zal dan een waarde tussen 1 en 9.9 moeten opgeven. Een deelnemer die echter een Duitstalige enquête invult, zal een waarde tussen 1 en 9,9 moeten opgeven.

Waarden vermeld in autocomplete

In dit geval kan de deelnemer alleen een selectie maken uit de opgegeven waarden die in het autocomplete tekstvak worden vermeld. Over het algemeen hoeft de deelnemer alleen maar een beperkt aantal tekens in te voeren, bv. ha. De tool zal dan automatisch naar de bijbehorende, volledige waarde zoeken, bv. Hamburg, Duitsland.

Als het vakje bij Placeholder is aangekruist, dan kunt u tekst opgeven die in het invoerveld zal worden getoond, zodra de deelnemer de enquête invult. De hier opgegeven tekst kan door de deelnemer worden overschreven.

Dit veld wordt alleen bij dit vraagtype getoond, als u de Panel ADD-ON functionaliteit heeft aangeschaft.

Als het Wachtwoord veld is aangevinkt, wordt onder het tekstvak van de bijbehorende vraag een veld toegevoegd waarin het wachtwoord kan worden bevestigd. Hiermee logt de deelnemer in op een portal. Het tekstvak kan een omschrijving bevatten zoals "Uw wachtwoord".

Datum

De deelnemer kan alleen een datum opgeven die tussen de geselecteerde eerste en laatste datum ligt (Nederlands datumformaat). Afgaande op de waarden die in de bovenstaande afbeelding zijn ingevoerd, zal een deelnemer een datum tussen 11 januari 2021 en 1 februari 2021 moeten selecteren.

Bij het invullen van de enquête kan de deelnemer de Datumkiezer gebruiken om een kalender te openen waarin hij of zij de gewenste datum kan selecteren.

Wanneer de deelnemer echter een datum selecteert die buiten het opgegeven datumbereik ligt, dan verschijnt er een foutmelding in de trant van Geef een datum op die groter is dan of gelijk is aan 11 jan. 2021 of Geef een datum op die kleiner is dan of gelijk is aan 1 feb. 2021. Om de fout te herstellen, hoeft hij/zij alleen een geldige datum te selecteren.

E-mail

Bij deze open vraag wordt het e-mailadres gevalideerd.

De deelnemer kan uitsluitend een geldig e-mailadres invoeren dat altijd uit de volgende onderdelen is opgebouwd: een gebruikersnaam, een apenstaartje, een domeinnaam en een extensie (bv. .com).

Overige

Tekstblok

Het tekstblok is een element waarin een deelnemer geen antwoord kan invoeren. Het kan voor verschillende functies worden gebruikt, zoals

  • een begroeting aan het begin van een enquête,
  • verklarende teksten tussen de vragen,
  • een voetnoot bij een vraag.

De bedankpagina is een speciaal tekstblok dat aan het einde van een enquête wordt getoond. Er hoeft geen informatie in dit tekstblok te worden ingevoerd. Een lege bedankpagina wordt als een lege pagina weergegeven.

PDF-exportinstellingen

Als u de instelling Toon dit tekstblok niet bij het exporteren van afdrukken aankruist, dan zal het desbetreffende tekstblok niet in het PDF-bestand worden opgenomen dat door een deelnemer aan het einde van de enquête kan worden gedownload. Dit bestand bevat dan alle vragen en antwoorden van de desbetreffende deelnemer MINUS de gegevens van dit tekstblok. Klik hier voor een beschrijving van de PDF-downloadprocedure.

Paginascheiding

De paginascheiding is een element waarmee u uw enquête in meerdere pagina’s kunt opsplitsen. Zonder paginascheiding worden alle vragen en tekstblokken – in een sectie – direct na elkaar op één pagina geplaatst.

Als u een paginascheiding in een enquête opneemt, wordt er een knop Volgende gegenereerd. Deze knop wordt aan de deelnemer bij het invullen van zijn/haar enquête getoond. De deelnemer krijgt dan alleen de vragen vóór de paginascheiding te zien. De volgende vragen verschijnen pas, nadat hij/zij op de knop Volgende heeft geklikt.

Als u de instelling Forceer paginascheiding bij het exporteren van afdrukken aanvinkt, dan wordt er een pagina-einde in het PDF-bestand opgenomen dat door een deelnemer aan het einde van de enquête kan worden gedownload. Klik hier voor een beschrijving van de PDF-downloadprocedure.

Opmerking: Aangezien bij Essential klanten de vragenlijst niet in secties kan worden onderverdeeld en zij voor de onderverdeling alleen van paginascheidingen (pagina-eindes) gebruik kunnen maken, worden deze paginascheidingen niet als vragen (max. 50) beschouwd.

Sectie (professional user)

In een sectie worden één of meerdere enquête-elementen geplaatst. Bij het opbouwen van een nieuwe enquête begint u met het toevoegen van elementen aan een sectie. U start met Sectie 1. De naam van deze sectie kunt u in het tekstvak onder Sectie aanpassen. De enquêtedeelnemers krijgen de sectienaam niet te zien.

Opmerking: Een sectie is een hoger niveau dan de andere enquête-elementen. Het is niet mogelijk om een sectie binnen een sectie te plaatsen.

Een sectie fungeert altijd als een paginascheiding. Als u een sectie in een enquête opneemt, wordt er een knop Volgende gegenereerd. Deze knop wordt aan de deelnemer bij het invullen van zijn/haar enquête getoond. De deelnemer krijgt dan alleen de vragen van de desbetreffende sectie te zien. De volgende vragen verschijnen pas, nadat hij/zij op de knop Volgende heeft geklikt.

Een sectie kan worden gebruikt om specifieke vragen te groeperen die allemaal moeten worden getoond of verborgen, als de deelnemer een bepaalde keuze bij een vraag heeft gemaakt, bv. Sectie 1 bevat één vraag. Dit is q1 - In welk land woont u? De bijbehorende antwoordopties zijn:

  1. Zwitserland
  2. Duitsland
  3. Nederland

Nu wilt u bijvoorbeeld de volgende gegevens instellen:

  • Sectie 2 bevat alle vragen voor de mensen die in Zwitserland wonen.
  • Sectie 3 bevat alle vragen voor de mensen die in Duitsland wonen.
  • Sectie 4 bevat alle vragen voor de mensen die in Nederland wonen.

Hiervoor kunt u van filters gebruik maken. Nadat u een sectie (bv. Sectie 2) in de enquête heeft geselecteerd, kunt u rechts op de knop Filter toevoegen klikken. Op het venster Filter legt u dan de volgende gegevens vast (klik hier voor meer informatie over filters):

  • Sectie 2 > Toon dit element
    als - Vraag - q1 In welk land woont u? - 1 Zwitserland - geselecteerd
  • Sectie 3 > Toon dit element
    als - Vraag - q1 In welk land woont u? - 2 Duitsland - geselecteerd
  • Sectie 4 > Toon dit element
    als - Vraag - q1 In welk land woont u? - 3 Nederland - geselecteerd

Als een sectie een groot aantal vragen bevat, kunt u in deze sectie paginascheidingen aanbrengen. De vragen worden dan binnen een sectie per pagina aan een enquêtedeelnemer getoond. Pas wanneer hij/zij op de knop Volgende klikt, worden de reeks vragen van de volgende pagina uit de sectie getoond.

Als u de instelling Pagina`s randomiseren aanvinkt, dan wordt de volgorde van alle pagina`s met vragen binnen de desbetreffende sectie gerandomiseerd. Het is dan onvoorspelbaar in welke volgorde de vragen in een sectie aan een deelnemer worden getoond. Hieronder ziet u een schematisch voorbeeld van een gerandomiseerde sectie.

Geavanceerde enquête-elementen

Vraagtypes

Matrix

Met een matrixvraag kunt u als het ware meer vragen in één vraag opnemen. Bij een matrixvraag wordt een vraag in de vorm van een tabel gecreëerd, met in elke rij een subvraag. Voorbeeld: Uw deelnemers maken gebruik van diverse diensten van uw bedrijf en u wilt graag weten hoe hij/zij deze diensten beoordelen op een schaal van 1 tot 5. In zo’n geval is een matrixvraag erg handig – met een rij voor iedere dienst. De beoordelingsschaal wordt weergegeven in de vorm van kolommen; deze is voor alle rijen gelijk.

Als u het vakje bij Toelichtingstekst aankruist, verschijnt er een invoervak waarin u een uitleg aan de deelnemers over de bedoeling van de matrixvraag kunt geven. Deze tekst wordt niet in rapportages meegenomen.

Een deelnemer is verplicht één antwoord per rij te selecteren, wanneer het vakje bij Forceer antwoord (verplichte vraag) is aangekruist. Als u verzuimt per subvraag (bv. Service 1) een antwoord te selecteren, verschijnt de melding: ‘Beantwoord deze vraag voordat u doorgaat’ op het scherm.

Opmerking: Voor elke service moet u per rij de beoordeling aangeven. Filters kunnen dan ook het beste voor de te beoordelen services in de rijen worden ingesteld. Zie Filter toevoegen.

Als de optie Rijen randomiseren is geactiveerd, zien de deelnemers de rijen (met bijvoorbeeld de te beoordelen producten of diensten) in gerandomiseerde (willekeurige) volgorde. U kunt dan ook weer bepaalde rijen in een vraag van randomisatie uitsluiten.

Hier geeft u per rij alle producten of diensten op waarvoor een beoordeling moet plaatsvinden, bv. ‘Service 1’, ‘Service 2’. Om een extra rij (subvraag) toe te voegen, klikt u op de knop Rij toevoegen. Voor het verwijderen van een niet-benodigde rij kunt u achteraan op het kruisje (x) klikken.

Alle rijen (subvragen) hebben een uniek variabel achtervoegsel (d.w.z. een unieke variabele waarde); bij elke rij wordt deze waarde met 1 opgehoogd. De eerste rij heeft het variabele achtervoegsel 1, de tweede rij het variabele achtervoegsel 2, enz. Wanneer deze achtervoegsels bij een vraag niet uniek zijn, dan leidt dit ongetwijfeld tot een foutmelding. Om het variabele achtervoegsel van een rij aan te passen, moet u op het ellipsis-teken (3 verticale puntjes) achter de desbetreffende rij klikken.

Om de deelnemer de mogelijkheid te geven zelf een tekst in een rij op te geven, laat u een rij leeg en plaatst u vinkjes bij Tekstinvoer toestaan en Forceer antwoord (verplichte vraag). Bij het invullen van de enquête kan de deelnemer dan zelf bijvoorbeeld een te beoordelen product of dienst opgeven.

Als het randomiseren van rijen is geactiveerd (zie de tab Rijen randomiseren), kunt u voor elke rij bij een matrixvraag aangeven dat deze rij niet moet worden gerandomiseerd (vinkje bij Uitsluiten van randomisatie).

De verschillende rijen kunnen ook van positie worden verplaatst. Dit kunt u met behulp van het celteken doen. Dit teken bevindt zich direct voor de desbetreffende rij. Om de positie van een rij te wijzigen, moet u het celteken selecteren en de desbetreffende rij naar een andere positie verplaatsen, terwijl u de linkermuisknop ingedrukt houdt. Zodra u deze linkermuisknop weer loslaat, zal deze rij de geselecteerde, nieuwe positie innemen.

Opmerking: De tekst in de rijen van alle matrixvragen wordt volledig weergegeven, als de deelnemer een enquête invult. Bij het downloaden van een PowerPoint-export op de pagina Activering - Online rapport wordt deze tekst echter afgekapt, indien deze tekst meer dan 50 tekens bevat.

Als de optie Kolommen randomiseren is geactiveerd, zien de deelnemers de kolommen (met bijvoorbeeld de beoordelingscriteria) in gerandomiseerde (willekeurige) volgorde. U kunt dan ook weer bepaalde kolommen in een vraag van randomisatie uitsluiten.

Met behulp van Classificatielabels kunt u twee uiterste waarden opgeven, bv. Slecht en Uitstekend, die van toepassing zijn op bijvoorbeeld de beoordelingscriteria die in de kolommen zijn vastgelegd.

Hier kunt u het vraagtype voor alle rijen van de matrixvraag instellen:

  • Enkelekeuze: De deelnemer kan maximaal één antwoord per rij selecteren. Er kan per rij maar één keuzerondje zijn geselecteerd.
  • Meerkeuze: De deelnemer kan meerdere antwoorden per rij selecteren. Er kunnen per rij meerdere keuzevakjes zijn aangevinkt.
  • Selectielijst: De deelnemer kan maximaal één antwoord per rij selecteren. Deze antwoorden worden in een selectielijst getoond. In het veld Aanwijzing voor antwoordselectie kunt u de selectielijst van een handige aanwijzing voorzien, bv. Maak uw selectie... Deze aanwijzing krijgt de deelnemer bij het bepalen van zijn/haar keuze per rij te zien.
  • Tekst: De deelnemer kan bij meerdere antwoorden per rij tekst invoeren.
  • Sterschaal: De deelnemer kan bijvoorbeeld middels het aantal sterren per rij het kwaliteitsaspect van een product of service aangeven. Bij de Ster keuzes kunt u dan de omschrijvingen voor de hoeveelheid sterren aangeven, bv. 1 ster of slecht, 2 sterren of matig, 3 sterren of redelijk, 4 sterren of goed, 5 sterren of uitstekend.

De omschrijvingen van deze sterkeuzes en de selectiefrequentie van het aantal sterren per rij (product of service) van alle uitgenodigde deelnemers vindt u in het online rapport terug. Bij het downloaden van de ruwe data waarbij de optie Download ruwe data met labels voor vraagteksten en antwoordmogelijkheden is geselecteerd, worden de gedefinieerde sterkeuze-omschrijvingen ook in de kolommen van het Excel-bestand getoond.

Opmerking: Klik hier voor informatie over het aanpassen van de lengte van een tekstveld.

Hier geeft u voor alle kolommen van de matrixvraag de diverse beoordelingscriteria op. Dit kunnen cijfers als 1, 2, 3, 4 en 5, maar ook omschrijvingen als ben ik het helemaal niet mee eens, ben ik het niet mee eens, ben ik het ten dele mee eens, ben ik het mee eens, ben ik het volledig mee eens zijn. Om een extra kolom toe te voegen, klikt u op de knop Kolom toevoegen. Voor het verwijderen van een niet-benodigde kolom kunt u achteraan op het kruisje (x) klikken.

Alle kolommen hebben een unieke variabele waarde; bij elke kolom wordt deze waarde met 1 opgehoogd. De eerste kolom heeft de waarde 1, de tweede kolom de waarde 2, enz. Wanneer deze waardes niet uniek zijn, dan leidt dit ongetwijfeld tot een foutmelding. Om de variabele waarde van een kolom aan te passen, moet u op het ellipsis-teken (3 verticale puntjes) achter de desbetreffende kolom klikken.

Om de deelnemer de mogelijkheid te geven zelf een tekst in een kolom op te geven, plaatst u vinkjes bij Tekstinvoer toestaan en Forceer antwoord (verplichte vraag). Bij het invullen van de enquête kan de deelnemer dan zelf bijvoorbeeld een beoordelingscriterium aan een bepaald product of bepaalde dienst in een rij (subvraag) toekennen. Er is geen maximumlengte voor dit tekstveld gedefinieerd, zodat de deelnemer een vrij lang beoordelingscriterium kan opgeven. Bij het Antwoordgegevenstype moet dan de waarde Geen (= Tekst) zijn geselecteerd.

Als u de deelnemer een kleiner tekstveld ter beschikking wilt stellen voor het beoordelen van een product of dienst, dan kunt u het vakje bij Klein tekstinvoerveld (Small text input field) aanvinken. Ook in dit geval kan de deelnemer een tekst van ongelimiteerde lengte in een ietwat kleiner tesktveld invoeren. Dit veld is om visuele redenen aan de programmatuur toegevoegd.

Als u het vakje bij Autocomplete aankruist, van verschijnt er een tekstvak waarin u specifieke informatie kunt opgeven, bv. de diverse beoordelingscriteria voor de kolom 5 sterren. Per regel kan één autocomplete-waarde worden gedefinieerd (zie bovenstaande afbeelding). Dit stelt de deelnemer in staat een voorgedefinieerd beoordelingscriterium te kiezen. Voorwaarde is dat bij Antwoordgegevenstype de waarde Waarden vermeld in autocomplete is geselecteerd.

Bij het beantwoorden van de betreffende subvraag (met product of dienst) kan de deelnemer het gewenste criterium op eenvoudige wijze uit de open te klappen lijst selecteren.

Nadat u op de knop Kolomgroep toevoegen hebt geklikt, wordt in de enquête naast de bestaande kolomgroep met een x-aantal kolommen een nieuwe kolomgroep toegevoegd. Op deze wijze wordt er een multimatrixvraag gecreëerd. Aan elke kolomgroep kan een specifieke omschrijving en een ander vraagtype worden toegekend. U kunt bijvoorbeeld van een extra kolomgroep gebruik maken, als u de deelnemer attributen van diverse leveranciers/fabrikanten tegelijk wilt laten beoordelen.

Als u een specifiek woord in uw enquête van een aanwijzing of toelichting wilt voorzien, kunt u een tooltip op het RTE-venster aanmaken. Hiervoor moet u in het desbetreffende tekstvak klikken en de RTF-editor selecteren.

Semantisch differentieel

Bij semantisch differentiële vragen wordt een beoordelingsschaal gebruikt die dient om de associatieve, emotionele of waarderende betekenis van een object of concept te bepalen. Een semantisch differentieel ziet eruit als een matrixvraag, maar heeft aan beide zijden van de rij een label. In deze labels moeten tegengestelde paren van eigenschappen voor een object of concept worden opgenomen, zoals: snel – langzaam, goedkoop – duur (zie onderstaande afbeelding). De enquêtedeelnemers kunnen dan het object of concept op basis van deze tegengestelde eigenschappen beoordelen. Zij kunnen per tegengesteld paar een beoordeling van het object of concept geven. Het neutrale punt is de waarde 0 (de middelste waarde).

Voorbeeld: U wilt product A beoordelen en nu wilt u graag weten welke associaties dit product bij de deelnemers oproept. Zo kunt u zich afvragen of ze het product snel, goedkoop, vriendelijk, vernieuwend en uniek vinden. Dit kunt u met een semantische differentieel eenvoudig in kaart brengen.

Op basis van de gegevens uit bovenstaande afbeelding, kunt u opmaken dat de desbetreffende deelnemer het product als ietwat langzaam, een beetje vernieuwend en als erg uniek heeft beoordeeld.

Een deelnemer is verplicht één antwoord per rij te selecteren, wanneer het vakje bij Forceer antwoord (verplichte vraag) is aangekruist. Als u verzuimt per rij (bv. snel – langzaam) een antwoord te selecteren, verschijnt de melding ‘Beantwoord deze vraag voordat u doorgaat’ op het scherm.

Rangorde

Survey elemens: Rank order question

Zoals de naam al zegt, kan dit vraagtype gebruikt worden om de respondent elementen in een bepaalde rangorde te laten plaatsen. Zo kunt u bijvoorbeeld erachter komen wat de favoriet van de respondent is, maar ook welke optie gemiddeld het hoogste scoort.

Een semi-open optie, zoals overige: __ is niet mogelijk binnen een rangordevraag .

Specifieke opties

randomize option

Als de optie Items randomiseren geactiveerd is, zien de respondenten de items in gerandomiseerde volgorde. Als randomisatie geactiveerd is, kunt u ook items van randomisatie uitsluiten.

number of ranks slider question

Met deze optie kunt u het aantal rangorde-opties aangeven. Het maximale aantal rangorde-opties wordt bepaald door het aantal items waar de vraag betrekking op heeft. Als Antwoord forceren geactiveerd is, dan moet de respondent alle rangen aangeven.

Overige

Validatie (professional user)

validation element options

Met validatie is het mogelijk om de antwoorden van respondenten te valideren, met andere woorden om te zorgen dat de antwoorden plausibel zijn. Dit betekent dat u kunt controleren of het antwoord zinvol is en of het ergens op slaat. De werking is hetzelfde als bij een filter in Survalyzer.

Belangrijke info: Het validatie-element is een individueel enquête-element en wordt niet automatisch gefilterd, ook niet als de voorwaarde slechts betrekking heeft op één vraag

Voorbeeld:
De vraag die u wilt valideren (deze noemen we even q2) wordt alleen maar getoond als de waarde van een voorafgaande vraag (q1) hoger dan 5 is. Uw heeft een validatie ingesteld die controleert of q2 ligt tussen 1 en de waarde van q1.
Als de respondent nu q1 beantwoordt met waarde 4, dan wordt q2 niet getoond. Echter – uw validatie gaat vervolgens controleren of de waarde van q2 tussen 1 en 4 ligt. Omdat q2 niet getoond wordt, verschijnt er een foutmelding.
Om dit probleem te vermijden kunt u kiezen uit deze twee remedies:

  • Zet q2 en de
    validatie in een eigen sectie en filter de gehele sectie. In dit geval worden
    dan beide elementen niet getoond.
  • Of: voeg de filtervoorwaarden van q2 toe aan de validatie-voorwaarden. Op deze manier verloopt de validatie ook goed als q2 niet getoond wordt.
setting a validation

Voorwaarden voor validaties hebben specifieke opties. Ten eerste hoe de validatie moet werken: Validatie geeft groen licht of Validatie geeft geen groen licht. Door de validatie te lezen als een zin, zijn de voorwaarden vaak gemakkelijker te begrijpen. U kunt allerlei soorten waarden controleren: panelvariabelen, custom-variabelen, vraagwaarden en url-variabelen.
U kunt ook antwoorden valideren afhankelijk van het gebruikte apparaat of de gebruikte taal. U kunt ook diverse waarden berekenen en ze valideren op plausibiliteit.

error message as shown in survey

Stel, u vraagt een tiener hoeveel zakgeld hij krijgt (q1). Vervolgens wilt u vragen hoeveel van dat zakgeld de tiener uitgeeft aan computergames (q2). Nu heeft u twee afzonderlijke vragen, maar vraag 2 (q2) hangt wel samen met vraag 1 (q1). Om de waarden te valideren kunt u zoiets als dit creëren:

Nu kunnen we er zeker van zijn dat het antwoord op vraag 2 niet groter kan zijn dan het antwoord op vraag 1.

URL-forwarding (professional user)

url forwarding element

Het URL-forwarding-element stuurt de respondent door naar de gedefinieerde doel-URL. Dit kan gebruikt worden voor screen-outs, bedankpagina’s en wanneer u werkt met een externe panelprovider.

url forwarding dataset flagging

U kunt aangeven welke status meegegeven moet worden, als de respondent doorgestuurd wordt:

In uitvoering (in progress), de default status): Deze status kan gebruikt worden als het de bedoeling is dat de respondent door kan gaan met zijn vragenlijst waar hij gebleven was binnen Survalyzer. In dat geval wordt de respondent teruggestuurd naar de enquête zodra de enquêtelink weer geopend wordt. URL-forwarding wordt dus maar één keer getriggerd.

Compleet: Deze status zet de enquêtestatus op Compleet. Zodra de respondent voorbij dit punt is, kan hij niet meer terug en ook niet meer doorgaan met de enquête. Dus URL-forwarding wordt iedere keer getriggerd als de respondent de enquête opent.

Screenout: De screenout-status doet hetzelfde als de compleet-status. De enige verandering is te zien bij Analyse (Analyseren), waar de enquête een andere status krijgt.

Waardetoewijzing (professional user)

Als u bij een vraag in de enquête (bv. een matrixvraag) een waardetoewijzing wilt gebruiken, dan kunt u dit element achter de matrixvraag in de enquête opnemen. Stel, u heeft in de matrixvraag 4 services opgenomen die door de enquêtedeelnemers moeten worden beoordeeld met een cijfer tussen de 1 (Zeer slecht; Very poor) en 5 (Uitstekend; Excellent).

Opmerking: Om een waardetoewijzing te kunnen gebruiken, moet minstens één custom variabele zijn gecreëerd.

De waardes/cijfers die voor elk beoordelingscriterium kunnen worden ingesteld, kunt u bij de kolommen van de vraag vastleggen, bv.

  • Zeer slecht (Very poor) > Waarde 1
  • Slecht (Poor) > Waarde 2
  • Goed (Good) > Waarde 3
  • Zeer goed (Very good) > Waarde 4
  • Uitstekend (Excellent) > Waarde 5

De laagste score die door een deelnemer aan de 4 services van de enquêtevraag (hier: q1) kan worden toegekend, is: 4 keer Erg slecht = 4 * 1 = 4. De hoogste score daarentegen is gelijk aan 4 keer Uitstekend = 4 * 5 = 20.

Definiëren waardetoewijzing

Om bijvoorbeeld de gemiddelde servicescore van een deelnemer te berekenen, gaat u als volgt te werk:

Nadat u op de knop Maak een variabele heeft geklikt, moet u op een venster een custom variabele (combinatie van een unieke naam en datatype) aanmaken, bv. Gemiddelde (Gebroken getal). In het tekstvak onder Is gelijk aan de volgende term: kunt u de bijbehorende formule vastleggen, bv. (q1_1+q1_2+q1_3+q1_4)/4. De scores van de verschillende services worden eerst bij elkaar opgeteld en het totaal wordt dan door 4 (= aantal services) gedeeld. In de onderstaande afbeelding ziet u de wijze waarop deze formule in de enquête wordt opgenomen.

  • q1_1 = de opgegeven service in de eerste rij van vraag q1
  • q1_2 = de opgegeven service in de tweede rij van vraag q1
  • q1_3 = de opgegeven service in de derde rij van vraag q1
  • q1_4 = de opgegeven service in de vierde rij van vraag q1
  • /4 = de deelfactor

Wanneer een deelnemer nu de enquête invult, zullen zijn/haar scores van de diverse services (hier: 4) bij elkaar worden opgeteld en daarna door 4 worden gedeeld. Als u de gemiddelde servicescore aan een deelnemer wilt tonen, dan kunt u onder het element met de waardetoewijzing nog een tekstblok in de enquête opnemen. Hierin kunt u dan onder meer de volgende gegevens vastleggen:

  • Tekst: De gemiddelde score is:
  • Placeholder: De placeholder – zoals{{custom.Average}}– kunt u op het RTE-venster selecteren.

Opmerking: Custom variabelen kunnen ook als placeholders en filtervoorwaarden in de enquête worden gebruikt. Bovendien kunt u ze ook in de ruwe data van de enquête terugvinden.

Klik hier voor uitvoerige informatie over het onderwerp Waardetoewijzingen.

Bij het creëren van een custom variabele kunt uit de volgende datatypes kiezen: Tekenreeks (String), Datum (Date), Geheel getal (Integer number) en Gebroken getal (Real number). Klik hier voor meer informatie over deze datatypes.

Deze opties (rechtsonder aan het scherm) geven aan wanneer de waardetoewijzing moet worden uitgevoerd.

  • Alleen de eerste keer
    Alleen de eerste keer dat de respondent bij dit element komt, wordt de berekening uitgevoerd. Als de respondent op de knop Terug klikt, en dan weer op de knop Volgende, wordt de waarde - op basis van de waardetoewijzing - niet opnieuw bepaald.
  • Elke keer dat de respondent langs dit punt komt (standaard)
    Elke keer dat de respondent bij dit element komt, wordt de berekening uitgevoerd. Als de respondent op de knop Terug klikt, en dan weer op de knop Volgende, wordt de waarde - op basis van de waardetoewijzing - opnieuw bepaald.
  • Altijd (onmiddellijk na elke wijziging in een betrokken variabele)
    Zodra de enquêtedeelnemer één van de waarden in één van de velden op een pagina in de enquête aanpast, zal de berekening van de waardetoewijzing ook direct worden bijgewerkt.
  • Bij het laden van de enquête
    Dit heeft alleen betrekking op gegevens die niet uit antwoorden van vragen komen, bv. om gegevens van sampleleden of bepaalde teksten, op te slaan.

E-mail verzenden

Send email element

Het element E-mail verzenden doet wat de naam al zegt: het stuurt een e-mail vanuit de enquête.

Zodra de respondent bij het element E-mail verzenden komt, wordt er een e-mail verzonden.

Send email survey element
U kunt de gangare e-mailvelden definiëren:
Van, Aan, Onderwerp, Bericht

Bij alle velden kunnen placeholders gebruikt worden.

Een typisch voorbeeld: u vraagt uw klanten of ze willen dat een sales-medewerker contact met ze opneemt. Als ze ja zeggen, dan kunnen ze vervolgens een contactwijze en tijd aangeven. Met E-mail verzenden kan dan een e-mail met een contactverzoek gezonden worden aan de betreffende sales-medewerker.

Basis-opties bij vraagtypes

Hinttekst

Matrix question hint text. Hint text is available for all question type survey elements

De hinttekst oftewel uitlegtekst dient om uitleg te geven over de vraag en/of over de beantwoording. Zoals u kunt zien in de screenshot, staat de hinttekst gewoonlijk in een kleiner lettertype.

Belangrijke info: De hinttekst word niet geëxporteerd in rapportages.

  • Voorbeeld

Stel, u vraagt de respondent om een product te beoordelen op een schaal van 1 tot 10. De hinttekst kan gebruikt worden om uit te leggen hoe de beoordelingsschaal werkt: 1 is zeer slecht en 10 is uitstekend.

Antwoord forceren

force response option

De optie Antwoord forceren maakt een vraag verplicht. Dit betekent dat de respondent deze vraag altijd moet beantwoorden, voordat hij kan doorgaan naar de volgende pagina.

validation error message force response, available for all question type survey elements

Bij een meer-antwoorden-keuzevraag moet de respondent ten minste één antwoord kiezen. Bij een een-antwoord-keuzevraag moet de respondent slechts één antwoord kiezen. Bij een matrixvraag, tenslotte, moet in alle rijen een antwoord gekozen worden.

Als u alle antwoorden instelt als verplicht, maar toch de respondent de mogelijkheid wil geven om een vraag over te slaan, dan kunt u dat simpel regelen met de optie n.v.t (niet van toepassing). Zie de uitleg hieronder.

Keuzes randomiseren

Keuzes randomiseren zorgt ervoor dat de antwoordkeuzes in diverse volgordes weergeven worden. Dit betekent dus dat de antwoordvolgorde varieert van respondent tot respondent. Maar de respondent ziet niet dat de antwoorden gerandomiseerd zijn. Als randomiseren geactiveerd is, kunt u ook antwoordkeuzes van randomisatie uitsluiten.

exclude from randomization option

De optie ‘Uitsluiten van randomisatie’ vindt u bij de antwoordkeuze-instellingen.

N/A

De optie ‘n.v.t.’ staat voor niet van toepassing oftewel geen antwoord en voegt deze keuze toe aan een vraag. Dit stelt de respondent in staat om op een eigenlijk verplichte vraag toch geen antwoord te geven. Als een respondent de optie ‘niet van toepassing’ kiest, wordt een speciale waarde opgeslagen. Het systeem gebruikt deze waarde om u te vertellen hoeveel respondenten deze vraag niet beantwoord hebben. De optie ‘niet van toepassing’ is beschikbaar bij alle enquête-elementen van het type ‘vraag’ en u kunt het label customiseren, dus van uw eigen tekst voorzien.

N/A option available for all question type survey elements
De optie ‘niet van toepassing’staat altijd onder aan de optielijst, ietsje afgezonderd van de andere opties. Bij een meerantwoorden-keuze vraag is de optie ‘n.v.t.’ standaard van toepassing

Belangrijke info: Deze optie wordt niet meegenomen in de grafiek-analyse, maar wordt wel getoond bij de getallen in de tabel onder de grafiek.

Tekstinvoer toestaan

Text entry with validation

De optie ‘Tekstinvoer toestaan’ stelt u in staat om een vrije-tekst-veld aan een antwoordoptie toe te voegen. Voorbeeld: Een van de antwoordopties bij uw vraag is ‘Overige’, en u wil graag een toelichting van de respondent. Activeer de optie ‘Tekstinvoer toestaan’ bij die keuze. De respondent kan dan meer detailgegevens invullen bij deze vraagkeuze.
Zodra u de optie ‘Tekstinvoer toestaan’ activeert, verschijnen ook enkele andere opties. Een van deze opties is ‘Input forceren’. Deze optie stelt beantwoording van de semi-open vraag verplicht voor de respondent, als de antwoordoptie gekozen is.

Voor uitleg over de andere opties, zie Open-vraag-opties.

Filter toevoegen

De knop Filter toevoegen vindt u op diverse niveaus in uw enquête. Het eerste niveau is de sectie (deze bevat alle vragen in die sectie). Het tweede niveau is het enquête-item of de vraag zelf. En het derde en laatste niveau zijn de keuzes bij de vragen.

Meer informatie over filters, met diverse voorbeelden, vindt u in het help-artikel over Filters.

Updated on oktober 25, 2021

Was this article helpful?

Related Articles